Veelgestelde vragen

Vragen en antwoorden over de toekomst van GMN

Versie: d.d. 4 januari 2011. Klik op een vraag om naar het antwoord te gaan.

Vraag 1: De Veenribbenvariant is opgesteld in overleg met onder meer een bewonersdelegatie. Blijven de bewoners ook betrokken bij het verder uitwerken van deze variant?

Vraag 2: De Veenribbenvariant is nog wel erg op hoofdlijnen gemaakt. Kan het gebeuren dat bij verdere uitwerking de verrassing uit de hoge hoed komt dat er toch bewoners moeten vertrekken? 

Vraag 3: Bewoners hoeven bij een inrichting volgens De Veenribbenvariant dus niet weg. Hoe zit het met (financiële) ondersteuning als men vrijwillig weg wil (bijvoorbeeld omdat het bedrijf niet meer gehandhaafd kan worden of omdat men gewoon niet in een moerasgebied wil wonen)?  

Vraag 4: Tot wanneer hebben bewoners de tijd om te besluiten of ze weg willen of willen blijven?

Vraag 5: Als bewoners willen blijven, hoe groot mag hun kavel (woning met bijgebouwen en tuin) dan zijn? Hoe wordt dat bepaald? 

Vraag 6: Sommige woningen die blijven, komen straks midden in het moeras (zone 1) te liggen. Krijgen die woningen geen wateroverlast of andere overlast van het moerasgebied? 

 Vraag 7: Provinciale Staten hebben het oostelijk deel van de polder Groot Mijdrecht Noord aangewezen als prioritair gebied. Wat betekent dit?

Vraag 8: In het Natuurgebiedsplan de Venen is nog een reservering opgenomen van 190 ha nieuwe, onbegrensde natuur vanwege de opgave voor de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Dit zou eventueel in GMN-west gerealiseerd worden. Blijft die reservering?

Vraag 9: het gebied is, zoals het er nu bij ligt, toch ook prachtige natuur? Veel weilanden met mooie vegetatie, weidevogels enzovoort. Waarom moet de ene soort natuur wijken voor de andere soort natuur?

Vraag 10: Met de keuze voor de Veenribbenvariant levert de provincie in op de door haar gestelde natuurdoelen. Kunnen we het plan dan niet beter helemaal afblazen?

Vraag 11: Met de keuze voor Herijkt Plan De Venen 2007 en de nu opgestelde Veenribbenvariant worden de problemen van de waterkwaliteit niet opgelost. Wat doet de provincie om de problemen van zoete en zoute kwel aan te pakken?

Vraag 12: Waar kan ik terecht voor meer informatie over de plannen?


Antwoorden

Antwoord 1:Ja, het is nadrukkelijk de bedoeling dat zowel de bewonersdelegatie als Natuurmonumenten, waterschap AGV en de gemeente De Ronde Venen samen met de Provincie het inrichtingsplan verder uitwerken. Het Plan van Aanpak voor de uitwerking van de Veenribbenvariant is ook samen met deze partijen opgesteld. Vanwege de bezuinigingen die het Rijk heeft aangekondigd op de EHS en de mogelijke gevolgen daarvan voor GMN heeft de bewonersdelegatie begin december 2010 in een brief laten weten haar deelname tot 1 mei 2011 op te schorten. De provincie hoopt dat de bewoners, zodra er gestart wordt met het opstellen van het inrichtingsplan weer aan zullen schuiven om mee te denken over de concrete inrichting van het gebied. deze Veenribbenvariant verder uitwerken.

Naar boven

Antwoord 2: Bij het besluit van Provinciale Staten van 28 juni 2010 waren heldere randvoorwaarden gesteld. Een hiervan luidt: “Uitgaan van het in stand houden van de woonbebouwing en noodzakelijke infrastructuur in GMN-oost.” Door te kiezen voor De Veenribbenvariant is er dus ook duidelijk gekozen voor behoud van de woonbebouwing. Bij nadere uitwerking van deze variant blijft deze randvoorwaarde een hard uitgangspunt. De uitwerking van De Veenribbenvariant zal dus zodanig zijn dat bewoning gehandhaafd kan blijven.
Naar boven

Antwoord 3: Ook bij de Veenribbenvariant is het uitgangspunt:volledige schadeloosstelling. Dat is mogelijk omdat PS het gebied hebben aangewezen als Prioritair gebied. Dit geldt in Groot Mijdrecht Noord-oost voor zowel de bedrijven die weg moeten als voor bewoners die op vrijwillige grond weg willen. In elke individuele situatie wordt in onderling overleg uitgezocht wat de wensen en mogelijkheden zijn.
Naar boven

Antwoord 4: Op verzoek van de bewonersdelegatie is de meldingstermijn voor verkoop van woningen aan de provincie vastgesteld op 31 december 2012. Het inrichtingsplan voor GMN-oost is dan afgerond. Bewoners kunnen dus bij hun besluit om al dan niet te blijven het inrichtingsplan betrekken. Ze hebben eind 2012 een reëel inzicht in hoe het gebied er over een aantal jaren uit zal zien.
Naar boven

Antwoord 5: In het Plan van Aanpak wordt voorgesteld om vooralsnog de bouwvlakken voor de huiskavels uit het geldende bestemmingsplan Buitengebied als basis te nemen voor de grootte van de kavel (woning met bijgebouwen en tuin). In een later stadium zal op basis van een inventarisatie de uiteindelijke begrenzing worden vastgesteld. Dit omdat in het bestemmingsplan de voortuinen en in bepaalde gevallen ook de zijtuinen buiten het bouwvlak zijn gehouden, en omdat het bestemmingsplan niet overal actueel is. Uitgangspunt is het vastleggen van de huidige situatie. Deze huidige situatie is leidend bij het bepalen van de grens tussen huiskavel en toekomstig natuurgebied.
Naar boven

 Antwoord 6: Om de woningen droog te houden moet de slootwaterstand rondom de woning en de grondwaterstand onder de woning, schuur en tuin gelijk blijven aan wat het nu is. Niet hoger want dan ontstaat natschade en niet lager want dan ontstaat schade door verzakking.
Om dit te bereiken worden bij de realisatie van de Veenribbenvariant de volgende inrichtingsprincipes en uitgangspunten gehanteerd:
a. De slootwaterstand direct rondom de woning en de grondwaterstand onder de woning blijven gelijk aan huidige situatie ten opzichte van NAP. Dit wordt gemeten en regelmatig gecontroleerd.
b. De ontwatering van het bouwvlak wordt zoveel mogelijk uitgevoerd met sloten rondom of langs de huiskavel en zo min mogelijk met drains. Er zal in principe geen onderbemaling plaasvinden.
c. De sloten en drains worden aangesloten op het waterpeil van zone 2.
d. Aanleg van verhoogde veenribben gebeurt buiten de huiskavel.

Om andere overlast vanuit het moeras te beperken, zoals knutten en muggen, wordt in principe rondom de huiskavel een overgangszone van 75 meter aangelegd. Dat gebeurt alleen in zone 1 en alleen wanneer de huiskavel zelf niet groot genoeg is. In situaties van grote huiskavels, bijvoorbeeld door de aanwezigheid van grote bedrijfsgebouwen, functioneert het achterste deel van de huiskavel al als overgangszone. In dat geval zal geen aparte overgangszone worden gecreëerd buiten de huiskavel. Bij de inventarisatie van de kavels (zie antwoord 5) zal bekeken worden waar dit het geval is.
Naar boven 

Antwoord 7: Het realiseren van de Ecologische Hoofdstructuur blijft achter. De provincie is daarom al enige tijd bezig nieuw beleid te ontwikkelen voor het versnellen daarvan. Eén van de instrumenten daarvoor is de aanwijzing van ‘prioritaire gebieden’. Dit is niet speciaal in het leven geroepen voor Groot Mijdrecht Noord, maar geldt voor meerdere gebieden in de provincie. Als een gebied wordt aangewezen als prioritair gebied, betekent dit onder meer dat hier de gronden kunnen worden aangekocht tegen volledige schadeloosstelling. Dit betekent dat alle schade wordt vergoed (inclusief de vermogens- en inkomensschade). Daarnaast betekent dit dat in deze prioritaire gebieden als uiterste middel voor verwerving van de gronden, onteigening kan worden toegepast. Met het Statenbesluit van 28 juni 2010 is voor Groot Mijdrecht Noord afgesproken dat in 2013 de balans hierover wordt opgemaakt. In dit Statenbesluit wordt gesproken over een eventuele onteigening van de laatste percelen landbouwgrond. We hopen dat het zover niet zal komen en dat we er in goed overleg met de grondeigenaren uit zullen komen.
Naar boven

Antwoord 8: : De in 2000 gemaakte afspraken over de 190 ha nog niet begrensde natuur blijven vooralsnog gehandhaafd, conform de afspraken uit het herijkt Plan De Venen 2007. Door bezuinigingen van het rijk moeten alle provincies hun EHS-projecten herijken. In Utrecht heeft dat geleid tot het ‘Akkoord van Utrecht’. Hierin is de ambitie uitgesproken om tot 2018 ca. 1500 ha EHS te realiseren in de provincie Utrecht. De begrenzing hiervan moet nog nader worden uitgewerkt. Pas wanneer hierover een besluit is genomen, is er formeel duidelijkheid over GMN-west.
Naar boven

Antwoord 9: De ene natuursoort staat in Nederland en internationaal meer onder druk dan de andere. Het gaat vooral met de moerasnatuur (de laagveenmoerassen en de moerasvogels) slecht; dit wordt onder meer veroorzaakt door verdroging, watervervuiling, versnippering en areaalverlies. Hierdoor gaat het ook niet goed met de planten en dieren die hier thuishoren.
Nederland heeft de internationale verplichting (op basis van het Biodiversiteitsverdrag) om deze achteruitgang tot staan te brengen en daar waar mogelijk om te buigen in een verbetering.
Het oostelijk deel van GMN vormt een onmisbare schakel in een nationaal te ontwikkelen keten natte natuur vanaf de Alblasserwaard in Zuid-Holland tot aan de Randmeren bij Noord-Holland. (Groene Ruggengraat). In de provincie Utrecht is met het Rijk afgesproken dat deze Groene Ruggengraat voor wat betreft het gebied De Venen aangelegd wordt via een moerasdeel o.a. door de polders Marickenland (Groot Mijdrecht Zuid) en Groot Mijdrecht Noord en een graslanddeel via overige polders.
Het toekomstig moerassysteem in GMN zal een van de veertien kerngebieden worden van de moerassen in Nederland. Kerngebieden vormen gezamenlijk de dragers voor de grootschalige moerassen die nodig zijn voor het behoud van de bijbehorende planten- en diersoorten.
Naar boven

Antwoord 10: Het klopt dat de provincie een deel van haar ambities op het gebied van natuurontwikkeling heeft ingeleverd. Hierdoor is het mogelijk geworden dat alle bewoners, indien zij dat willen, kunnen blijven wonen. Met de realisatie van de Veenribbenvariant kan de provincie toch nog voldoende natuurdoelen realiseren en voldoen aan haar nationale en internationale verplichtingen. Dit betekent dat op termijn in ongeveer de helft van GMN-oost een hoogwaardig moeras gerealiseerd kan worden. Vooralsnog zal het gebied functioneren als kerngebied voor de meer gewone moerasvogels. In de uitvoering zal geprobeerd worden voldoende natuurdoelen te realiseren, zodat het gebied ook als broedhabitat kan functioneren voor populaties van de meer kritische moerasvogels. We gaan dus zeker door met het verder uitwerken en realiseren van de Veenribbenvariant..
Naar boven

Antwoord 11: In het statenbesluit van 28 juni 2010 is opgenomen dat een besluit over eventuele toepassing van het principe van scheiding van zoete en zoute kwelstromen uiterlijk december 2010 zal worden genomen op basis van de resultaten van onderzoek van AGV. Uit analyse van AGV blijkt inmiddels dat de voordelen niet duidelijk opwegen tegen de nadelen en de kosten. Hierom is er geconcludeerd dat het niet zinvol is verder te gaan met het uitwerken van deze maatregel. Wat nog overblijft is dat voor de langere termijn wordt aangesloten bij de verkenning van het Rijk naar oplossingen voor een duurzame zoetwatervoorziening in Nederland.
Naar boven

Antwoord 12: U kunt het beste regelmatig op deze website kijken, want alle nieuwe ontwikkelingen en achtergronden zijn hier te vinden. Ook kunt u een email met uw vragen sturen naar gmn@provincie-utrecht.nl of bellen met het projectsecretariaat Groot Mijdrecht Noord: 030-2582112. Alle direct betrokken inwoners zijn altijd welkom voor een individueel gesprek met de provincie over hun specifieke situatie, wensen en mogelijkheden.
Naar boven

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  • Laatst gewijzigd op 10 February 2011
  • Pagina wijzigen
    Klik op deze link om de pagina te wijzigen.
  • Openbaar
    Pagina status
    De status van de pagina kan openbaar of afgeschermd zijn. Dit is instelbaar in de beheeromgeving.