GMN-oost wordt verdeeld in twee zones. In zone 1 wordt moerasnatuur gerealiseerd door afgraven en vernatting. In zone 2 wordt dat niet gedaan. Daar wordt door beheer het landbouwkundig grasland omgezet in bloemrijk grasland. Er zal verder worden onderzocht welke andere natuurdoelen onder deze omstandigheden in zone 2 mogelijk zijn.
Zone 1 wordt de natste zone met veel riet en open water (rietmoeras). Deze zone is zo nat dat het water in winter en voorjaar ca een halve meter boven maaiveld staat. In zomer zakt het water uit tot ca 20 cm boven het nieuwe maaiveld. Op termijn kan zo in ca. de helft van GMN-oost een hoogwaardig moeras gerealiseerd worden (zone1, zie kaart). Vooralsnog zal het gebied functioneren als kerngebied voor de meer gewone moerasvogels. In de uitvoering zal geprobeerd worden voldoende natuurdoelen te realiseren, zodat het gebied ook als broedhabitat kun functioneren voor populaties van de meer kritische moerasvogels.
In Zone 2 wordt niet afgegraven en het waterpeil niet opgehoogd. Dit is een zone waar de natuur dicht staat bij de huidige manier van grondgebruik. Door beperkt beheer zal hier bloemrijk grasland ontstaan. Er zal verder worden onderzocht welke natuurdoelen hier mogelijk zijn. Eventueel kunnen deze via particulier natuurbeheer worden gerealiseerd.
Gevolgen bebouwing
De bebouwing en de benodigde infrastructuur blijft behouden in de Veenribbenvariant. De woningen blijven via de bestaande wegen bereikbaar. Maar de leefbaarheid zal veranderen omdat het landbouwgebied in GMN-oost de komende jaren wordt omgezet in natuurgebied (deels rietmoeras en deels bloemrijke graslanden).
De woningen zullen geen wateroverlast krijgen door het hogere waterpeil in het rietmoeras (zone 1). Al het oppervlaktewater rondom de woningen blijft aangesloten op het huidige vaste waterpeil (met uitzondering van de reeds eerder ingestelde hogere waterpeilen, die op verzoek van de bewoners in het verleden zijn ingesteld rondom de woningen). Waar nodig zullen de brede veenribben die de afscheiding vormen tussen zone 1 en 2 (zie de kaart) plaatselijk worden verbreed zodat rondom de woningen verhoogde delen ontstaan ter bescherming tegen wateroverlast.